Balans per 31 december 2018 – (na voorstel resultaatbestemming)

Exploitatieoverzicht over 2018 – (na voorstel resultaatbestemming)

GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. De afschrijving wordt ingaande het jaar van investering berekend. De afschrijvingsduur voor verbouwing Oranjerie is 25 jaar, voor inventaris 7 jaar, voor automatisering 4 jaar, voor software 5 jaar en voor laptops en tablets 3 jaar.

 

Financiële vaste activa

Beleggingen

Het vermogen is deels in effecten belegd. Deze effecten zijn gewaardeerd tegen de beurswaarde. Van de effecten in portefeuille worden jaarlijkse koersverschillen verrekend met de herwaarderingsreserve beleggingen.

 

Leningen U/G

De overige vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, welke gelijk zijn aan de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

 

Overige vorderingen en overlopende activa

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

 

Voorzieningen

Een voorziening wordt gevormd voor verplichtingen waarvan het waarschijnlijk is dat zij zullen moeten worden afgewikkeld en waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

 

Voorzieningen voor personeelsbeloningen

De vereniging heeft een pensioenregeling middels vrijwillige aansluiting bij het ABP.

De Nederlandse regelingen worden gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerders, te weten verzekeringsmaatschappijen, bedrijfstakpensioenfondsen en ondernemingspensioenfondsen. De pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord.

Aan de hand van de uitvoeringsovereenkomst wordt beoordeeld of en zo ja welke verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie op balansdatum bestaan. Deze additionele verplichtingen, waar onder eventuele verplichtingen uit herstelplannen van de pensioenuitvoerder, leiden tot lasten voor de vereniging en worden in de balans opgenomen in een voorziening.

De waardering van de verplichting is de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om deze per balansdatum af te wikkelen. Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is wordt de verplichting gewaardeerd tegen de contante waarde. Discontering vindt plaats op basis van rentetarieven van hoogwaardige ondernemingsobligaties.

Toevoegingen aan en vrijval van de verplichtingen komen ten laste respectievelijk ten gunste van de winst-en-verliesrekening.

Een pensioenvordering wordt in de balans opgenomen wanneer de vereniging beschikkingsmacht heeft over de pensioenvordering, wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen die de pensioenvordering in zich bergt zullen toekomen aan de vereniging en wanneer de pensioenvordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Ultimo 2018 waren er geen pensioenvorderingen. Er waren verder geen verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie.

Toelichting op de balans en het exploitatieoverzicht

ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING

Deze jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Richtlijn voor de jaarverslaggeving 640 “Organisaties zonder winststreven”.

De waardering van activa en passiva en de bepaling van resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders wordt vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voorzover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en verplichtingen die hun oorsprong vinden vòòr het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

 

Vergelijkende cijfers

De vergelijkende cijfers zijn, waar nodig, aangepast om een beter vergelijk te krijgen met het huidige boekjaar.

 

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen en schulden, als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan. Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost.

GRONDSLAGEN VAN RESULTAATBEPALING

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen.

De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben, uitgaande van historische kosten. Verliezen worden verantwoord als deze voorzienbaar zijn; baten worden verantwoord als deze gerealiseerd zijn.

Baten en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend.

 

Exploitatiesubsidies

Exploitatiesubsidies worden ten gunste van de exploitatie gebracht in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde uitgaven komen/waarin de opbrengsten zijn gederfd/waarin het exploitatietekort zich heeft voorgedaan.

 

Vennootschapsbelasting

Het Gelders Genootschap drijft al dan niet gedeeltelijk een onderneming of verricht een werkzaamheid waarmee in concurrentie wordt getreden met belastingplichtige ondernemers. Om die reden is het Gelders Genootschap subjectief belastingplichtig ingevolge de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969. De belastingplichtig beperkt zicht tot de winst uit die onderneming of het resultaat van die concurrente werkzaamheid. Er geldt een algehele vrijstelling in het geval de belastbare winst of het belastbare resultaat in enig jaar minder bedraagt dan € 15.000 per of € 75.000 in een aaneengesloten tijdvak van 5 jaren. Over de belaste winst of het belastbare resultaat is 20% (tot € 200.000) respectievelijk 25% (vanaf € 200.000) verschuldigd. Het Gelders Genootschap is op haar eigen verzoek met ingang van 2015 door de Belastingdienst uitgenodigd tot het doen van jaarlijkse aangifte vennootschapsbelasting. De belaste winst of het belaste resultaat wordt jaarlijks separaat vastgesteld en in overleg met de accountant vastgesteld.